Parendi Gratis proberen

Het geld is er, alleen niet nu

De FIRE-berekening komt uit de Verenigde Staten en gaat uit van een pot waar je altijd bij kunt. Wie voor later spaart met pensioen of lijfrente, heeft een deel achter een leeftijdsslot en kan er nu niet bij. Dat verandert de berekening.

De regel die hier niet past

De gangbare vuistregel zegt: verzamel vijfentwintig keer je jaarlijkse uitgaven, en daarna kun je elk jaar vier procent opnemen zonder het kapitaal op te maken. Bij 48.000 aan uitgaven per jaar is dat 1,2 miljoen.

De regel gaat ervan uit dat je bij het geld kunt. Bij je oudedagsvoorziening is dat niet zo: het pensioen uit je werkgeversregeling keert normaal pas rond de AOW-leeftijd uit, en een lijfrente keert uit volgens de fiscale regels, niet wanneer het jou uitkomt. Wat voor jou geldt, staat in je pensioenregeling, je Uniform Pensioenoverzicht en de voorwaarden van je lijfrente; de berekening hieronder verandert daar niet door, alleen het jaartal.

Twee voor de hand liggende antwoorden

Neem iemand van 42, jaarlijkse uitgaven 48.000, dus een FIRE-getal van 1,2 miljoen. Op de beleggingsrekening staat 380.000, in de lijfrente 95.000, en bij het pensioenfonds 340.000.

  • Alleen het vrije vermogen tellen. 380.000 van 1,2 miljoen, dus 32 procent. Dat is het voorzichtige antwoord, en het verbergt 435.000 die echt bestaan.
  • Alles tellen. 815.000 van 1,2 miljoen, dus 68 procent. Dat is het optimistische antwoord, en het doet alsof je op je 45e aan je pensioenkapitaal kunt.

Tussen de twee zitten 36 procentpunten. Het ene getal zegt ‘nauwelijks een derde’, het andere ‘al twee derde’.

De vraag die eronder ligt

Los van elkaar zijn beide antwoorden te simpel, want het slot is geen ja of nee, het is een datum. Wat telt, is hoeveel jaren er liggen tussen je vertrek en de toegang tot het vastgezette kapitaal, en of het vrije deel die jaren overbrugt.

Hetzelfde voorbeeld. Wie op zijn 50e wil stoppen, moet zeventien jaar overbruggen voordat pensioen en AOW binnen bereik komen. Zeventien jaar van 48.000 is 816.000, en op de beleggingsrekening staat 380.000. Er ontbreekt ruim 400.000, hoe goed het totaal er ook uitziet. Wie pas op zijn 62e stopt, moet vijf jaar overbruggen, en daarvoor is de beleggingsrekening ruim genoeg.

Beide weergaven hebben dus hun doel. De vrije weergave beantwoordt of je tot het slot komt. De totale weergave beantwoordt of het daarna genoeg is. Wie er maar één bijhoudt, beantwoordt de vraag half.

De valkuil bij de spaarquote

Een punt dat makkelijk ontglipt: een inleg in je lijfrente maakt je vrije vermogen niet groter. Het blijft een goed idee, want binnen je jaarruimte is de inleg aftrekbaar en het geld groeit. Maar voor de vraag of je op je 50e kunt stoppen, werkt het aan de verkeerde kant van het slot.

Wie een spaarquote van dertig procent heeft en daarvan een flink deel in een lijfrente stopt, ziet het totaal sneller groeien dan het deel dat hem tot het slot brengt. Bij het bekijken van je voortgang loont het dus te weten welk deel van wat je spaart echt in de vrije pot terechtkomt.

De derde soort: vermogen waaruit je nooit iets opneemt

Het huis waarin je woont, staat in geen van beide weergaven. Het staat wel in je vermogen, vaak als grootste post, en toch is het geen kapitaal om van te leven. Erin wonen of ervan leven: allebei tegelijk gaat niet.

Deze denkfout komt het vaakst voor, omdat ze het getal het mooist maakt. Een woning van 900.000 tilt een vermogen van 815.000 naar 1,7 miljoen en laat het FIRE-getal bereikt lijken. Verkopen kan, maar daarna heb je een ander huis nodig, en de huur daarvoor zit al in je jaarlijkse uitgaven.

Een verhuurde woning is een ander geval: die levert opbrengst op, en die opbrengst vervangt een opname.

Hoe Parendi rekent

Parendi is een app voor persoonlijke financiën op de Mac, en de drie soorten hierboven zijn haar opbouw. Elke vermogenspositie is vrij beschikbaar, vastgezet of uitgesloten van opname. Uit de eerste twee ontstaan de twee weergaven, die naast elkaar staan in plaats van te doen alsof één getal beide vragen beantwoordt. Posities van de derde soort tellen mee voor het vermogen en in geen van de weergaven.

Voor het punt over de spaarquote schat de app welk deel van wat je spaart in de vrije pot belandt, en ze leidt dat af uit de verhouding tussen vrije en vastgezette groei. De cijfers daarvoor komen uit je geïmporteerde afschriften en de vermogenswaarden die je invult. Meer over de app, of de functies in detail.

Dit beantwoordt een rekenvraag en vervangt geen pensioen- of beleggingsadvies. Wanneer je bij je vastgezette kapitaal kunt, vertellen je pensioenuitvoerder en de voorwaarden van je regeling.